Visie op bescherming van weide- en akkervogels en bedreigde diersoorten

In het kader van het verminderen van de predatiedruk op weide- en akkervogels door katten, is de doelstelling van Stichting Zwerfkatten Nederland om Nederland zwerfkattenvrij te krijgen, van belang. Stichting Zwerfkatten Nederland zoekt de samenwerking met organisaties als de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, de Landschappen, de LTO, de Vogelbescherming, de Recron etc. om landelijke afspraken te maken om met elkaar te bereiken dat Nederland zwerfkattenvrij wordt. Immers, genoemde organisaties willen hetzelfde: geen zwerfkatten in Nederland! Door samen te werken, ook al zijn de motieven en werkwijzen anders, genereren we zoveel meer mogelijkheden om het aantal zwerfkatten in Nederland rap te verlagen.


Er zijn in Nederland naar schatting 2,6 miljoen huiskatten. Volgens het WUR-rapport ‘Als de kat van huis is…’ zijn er tussen de 135.590 en 1.210.000 zwerfkatten in Nederland. De schatting loopt zover uiteen omdat er te weinig onderzoek op Nederlandse bodem is gedaan om deze cijfers nauwkeuriger te kunnen maken. De jagersvereniging schat dat er 165.000 wilde zwerfkatten in de natuurgebieden van Nederland zijn.


Zonder huiskat is er geen zwerfkat. De zwerfkat ontstaat omdat een huiskat thuis niet meer welkom is. Als de huiskat niet geneutraliseerd is, ontstaan zwerfkatten. Het is dan ook essentieel om te voorkomen dat de huiskat een zwerfkat wordt. De zwerfkat is geen aparte of beschermde diersoort en verschilt slechts van de huiskat door zijn gedrag naar mensen.

Er zijn drie soorten zwerfkatten:

1. de tamme zwerfkat die via het asielcircuit wordt verzorgd

2. de verwilderde zwerfkat die nog niet zolang buiten zwerft en die in beperkte mate te socialiseren is (van schootkat tot niet aaibare kat) en

3. de wilde zwerfkat die niet ingeprent is op mensen en die nooit zal wennen aan een leven bij mensen (niet te verwarren met de wilde zwerfkat).


Om het aantal zwerfkatten te verminderen, worden TNRC-acties uitgevoerd: T (vangen), N (Neutraliseren oftewel castreren van katers en poezen), R (return, het terugzetten op de vangplek OF relocatie, het herplaatsen als de zwerfkat niet terug kan naar de vangplek) en C (care wat monitoren inhoudt). Over de T, N en C zijn alle organisaties het eens – de discussie ontstaat over de R (het terugzetten of het herplaatsen) met name in de natuurgebieden waar bedreigde & beschermde diersoorten leven.

Vangacties worden niet alleen uitgevoerd met return (terugzetten op de vangplek) maar ook met relocatie van de zwerfkatten op een buitenplek als een boerderij, manege, tuinderij of in een gebied waar geen bedreigde/beschermde diersoorten leven.


Voor een effectieve monitoring en opvolging in en in een cordon rondom de natuurgebieden is het noodzakelijk om tweemaal per jaar (bij voorkeur voor het uitvliegen van de kuikens en in het late najaar) een monitoring te doen op noodzaak van het wegvangen van zieke of nieuwe verwilderde zwerfkatten/boerderijkatten. Zieke zwerfkatten dienen veterinaire zorg te krijgen. Het op tijd wegvangen van nog niet verder verwilderde zwerfkatten zorgt voor verdere adoptiemogelijkheden. 


Het op tijd wegvangen van kittens voor het einde van de socialisatie of inprentingsperiode zorgt ervoor dat wilde kittens gesocialiseerd en geadopteerd kunnen worden. In het algemeen zorgt dit voor het wegvangen van een derde van de nieuwe zwerfkattenpopulatie.


Elk boerenbedrijf kan zwerfkatten als boerderijkatten inzetten om het aantal muizen en ratten te beperken. Het is echter niet wenselijk dat deze katten zich kunnen vermeerderen omdat opgegroeide kittens bij te grote kattenkolonies of onvoldoende omgevingsvoedsel weggejaagd worden en in het nabij gelegen natuurgebied moeten zien te overleven – wat de predatiedruk op weide- en akkervogels doet toenemen.

Elke kat heeft een jagersinstinct, maar het niveau van het doden van de prooi en het opeten ervan hangt af van het activiteitenniveau van de kat (geneutraliseerde katten jagen minder, gaan minder ver van huis af en slapen meer) en het hongerniveau (beperkt bijvoeren van geneutraliseerde katten verminderd het jachtgedrag).  Overigens is de huiskat die buiten komt, net zo’n jager als een zwerfkat, maar de huiskat zal zijn prooien minder verorberen. Bij het verminderen van de predatiedruk is het bijgevolg ook van belang om de huiskatten in de directe omgeving van de natuurgebieden te beheren (neutraliseren en huisarrest geven in de periode van het uitkomen en uitvliegen van de vogeljongen).

 

Wettelijk kader

Voor elk projectplan dient door Stichting Zwerfkatten Nederland te worden voldaan aan de wettelijke bepalingen die gemoeid zijn bij elk TNRC-project. De wettelijke bepalingen betreffen de vijf vrijheden van Brambell, zoals die integraal in de Wet Dieren[1] zijn overgenomen en het voldoen aan de zorgplicht zoals beschreven in de Wet Natuurbescherming[2]. Daarnaast dient ontheffing te zijn verleend aan Stichting Zwerfkatten Nederland voor het zich buiten gebouwen te bevinden met middelen die geschikt zijn voor het vangen van dieren (kastval) op grond van artikel 3.24, tweede lid en het mogen uitzetten van een verwilderde zwerfkat op grond van artikel 3.34, eerste lid. In de bepaling van de ontheffing is opgenomen dat er geen zwerfkatten mogen worden uitgezet in een natuurgebied zoals een Natura 2000-gebied of een belangrijk weidevogelgebied. Tevens staat in de ontheffing vermeld dat als zwerfkatten niet op dezelfde locatie als de vanglocatie kunnen worden uitgezet, ze op andere buitenplekken worden uitgezet zoals op boerderijen, maneges en tuinderijen die zich niet in de directe omgeving van een Natura 2000 of weide- of akkervogelgebied bevinden. 

Achtergrond van het ontstaan van zwerfkatten

Voor het ontstaan van zwerfkattenpopulaties is de mens met zijn onverantwoord eigenaarschap de oorzaak. De term verantwoord eigenaarschap[3] wordt door de Royal Society for the Prevention of Cruelty of Animals (RSPCA) uitgelegd in de volgende verantwoordelijkheden voor de diereneigenaar:

1. registratie van het dier (chippen, tatoeëren, oormerken)

2. veterinaire verzorging om ziekten te voorkomen en behandelen

3. zorgdragen voor het steriliseren of castreren

4. alertheid op gezondheidsrisico’s

5. gezelschap van mens en andere dieren.

 

Katten zijn gedomesticeerde dieren in onze huidige maatschappij. Huiskatten die buiten leven, kunnen in niet-geneutraliseerde staat voor zwerfkattenpopulaties zorgen. Verwilderde zwerfkatten hebben moeten leren om zonder de verzorging van de mens te leven en zelf voor hun voedsel, water en schuilplekken te zorgen. Een zwerfkat die gevangen wordt, kan dus zowel een buiten lopende huiskat blijken te zijn, een verlaten huiskat (en dus een tot zwerfkat verworden huiskat), een verwilderde zwerfkat (een langdurig buiten zwervende huiskat) als een wilde zwerfkat (een kat die buiten geboren is en de eerste vier maanden van zijn leven geen contact heeft gehad met mensen).

 

Voor het ontstaan van zwerfkattenpopulaties maakt het niet uit of een buiten lopende kat een huiskat of een (verwilderde) zwerfkat is, want cruciaal voor het ontstaan van zwerfkatten-populaties is het vermogen tot voortplanting. Voor een effectieve

controle van een zwerfkattenpopulatie is het dus net zo goed van belang om een loslopende niet-geneutraliseerde huis- of boerderijkat te neutraliseren als een verwilderde of wilde zwerfkat.

 

Een kat vertoont verwilderd gedrag op basis van een combinatie van vier factoren:

  1. de leeftijd waarop een kitten voor het eerst in aanraking komt met mensen
  2. aantal generaties dat de kat met haar nakomelingen wild/verwilderd zijn
  3. hoeveelheid contact met mensen (bijvoorbeeld mensen die eten geven)
  4. karakter van de individuele kat.

 

Een gevangen verwilderde kat kan een vroegere huiskat zijn die verwilderd gedrag is gaan vertonen. Mits een verwilderd geworden huiskat enkele dagen tot drie weken de tijd krijgt, kan zo’n verwilderde kat weer sociaal gedrag gaan vertonen. Deze katten zijn geschikt om herplaatst te worden via een zwerfkattenopvang of dierenasiel. Er zijn ook wilde zwerfkatten die zonder mensen zijn opgegroeid en nooit sociaal gedrag naar de mens kunnen gaan vertonen. Deze wilde zwerfkatten zijn dan ook beter af als ze geneutraliseerd teruggezet worden op de plek waar ze gevangen zijn. Als het terugzetten op de vangplek niet mogelijk is vanwege predatiedruk op weide- en akkervogels, dan dient voor deze wilde zwerfkat een andere buitenplek gevonden te worden. (De wilde kat (Felis silvestris) is een roofdier uit de katachtigen-familie (Felidae) waarvan er vijf ondersoorten wetenschappelijk erkend zijn. De wilde kat heeft niets te maken met de wilde zwerf kat.)

 

Overleg met stakeholders

Om een TNRC-project te kunnen laten slagen, zijn diverse vooroverleggen noodzakelijk opdat uitgangspunten afgestemd kunnen worden. Van belang is dat de stakeholders zich kunnen vinden in het gemeenschappelijke doel en de methodiek ten aanzien van het verminderen van het aantal zwerfkatten in een specifiek gebied.

 

Betrokken lokale stakeholders in het algemeen zijn (in willekeurige volgorde):

1.   Provinciale Staten (mogelijke opdrachtgever)

2.   Coöperatie Collectief Landschappen

3.   Stichting en of verenigingen van Natuurbeheer 

4.   Staatsbosbeheer (inclusief de betrokken boswachters)

5.   de uitvoerende lokale zwerfkattenorganisatie (uitvoerende organisatie voor TNRC)

6.   Bewoners in het gebied waar de zwerfkatten zich bevinden

7.   Gemeente 

8.   Jagersvereniging

9.   Vrijwilligers

10. Het publiek


Professioneel en gepassioneerd

Naast de wettelijke eisen waar de uitvoerende zwerfkattenorganisatie aan dient te voldoen wat betreft inrichting en bedrijfsmatig handelen, is professioneel werken met protocollen essentieel voor de logistiek en het hygiënisch werken om uitbraken van ziekte voor te zijn. Een goede administratie is van belang om:

·         precies te weten hoe deze zwerfkat verzorgd moet worden

·         welke veterinaire hulp verleend wordt

·         waar het dier gevonden is opdat het op dezelfde plek teruggezet kan worden

·         de gemeentelijke en

·         landelijke statistiek van zwerfkatten in Nederland.


Uitvoering vangacties

In het TNRC-handboek van Stichting Zwerfkatten Nederland wordt uitvoerig ingegaan op de voorbereiding, uitvoering, herplaatsen of terugzetten en monitoren van een TNRC-project. 

Evaluatie

Een TNRC-actie is niet voltooid zonder evaluatie met betrokken stakeholders. Hierbij is het registreren van de betrokken en behandelde aantallen zwerfboerderijkatten (schuurkatten) van belang, opdat een goed overzicht ontstaat rond de problematiek van de zwerfkatten in het gebied waar het project wordt uitgevoerd. Een permanente monitoring door de bewoners van de boerderijen en in de omgeving is van belang, opdat het welzijn van de overgebleven zwerfkatten gegarandeerd wordt en wijzigingen in de zwerfkattenkolonie opgemerkt en geregistreerd worden. Nieuwe zwerfkatten worden geneutraliseerd en zieke zwerfkatten opgenomen en behandeld.

 

Veterinaire afspraken

Conform het TNRC-handboek zwerfkatten van Stichting Zwerfkatten Nederland, zijn protocollaire afspraken gemaakt rondom het behandelen van verwilderde zwerfkatten en boerderijkatten. Een behandeling opvat:

-       neutralisatie en eartippen

-       chippen

-       vaccineren

-       ontvlooien en ontwormen

-       gebits- en oormijtbehandeling.

Tevens worden gewonde katten behandeld indien dit veterinair gezien haalbaar is in combinatie met het welzijn van de verwilderde zwerfkat. De euthanasiecommissie bepaalt het beleid in geval van besmettelijke en/of levensbedreigende aandoeningen.



[1] http://wetten.overheid.nl/BWBR0030250/2015-02-01

[2] http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-01-01

[3] Radstake C.J. (2012) Zwerfdieren – Het ontstaan van zwerfdierenpopulaties